|
FC Utrecht heeft maatregelen genomen naar aanleiding van de tegenvallende prestaties: een groot gedeelte van de technische staf staat namelijk op straat.
Per direct heeft de club de samenwerking met de assistent-trainers John van Loen en David Nascimento alsmede met keeperstrainer Maarten Arts en loop- en conditietrainer Rob Druppers beëindigd. Met de maatregel hoopt de directie de technische staf van nieuw elan te voorzien. Daarnaast blijft hoofdtrainer Willam van Hanegem ook na dit seizoen verbonden aan de club uit de Domstad en wordt Ton du Chatinier, voormalig speler in Utrecht, toegevoegd aan de technische staf.
Voorzitter Jan Willem van Dop reageert op de website van de club: "Deze vier trainers hebben grote verdiensten voor FC Utrecht gehad. Maar de laatste tijd merkten we, dat de onderlinge chemie in de technische staf, maar ook met de spelersgroep, minder werd. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat de samenstelling van de trainersgroep, met uitzondering van de hoofdtrainer, al jaren hetzelfde is. In elk geval vinden wij het verstandig nu in te grijpen, zodat we de technische staf van nieuw elan kunnen voorzien.”
Ook is de preses verheugd over het aanblijven van Van Hanegem en het aantrekken van Du Chatinier: "Het is voor FC Utrecht heel goed, dat iemand met zijn kwaliteiten en reputatie (Van Hanegem red.) ook op de langere termijn aan de club kan bouwen. Met zijn aanblijven laat hij zien niet weg te lopen voor het nemen van verantwoordelijkheid. Vanaf nu is hij ook richting de pers woordvoerder van FC Utrecht als het gaat om de directe voetbal- en wedstrijdzaken.”. Over Du Chatinier: “Met hem hebben we iemand binnen gehaald die zich niet alleen als trainer al volop heeft bewezen, maar die ook de clubcultuur van FC Utrecht goed kent. Wij verwachten veel van dit duo.”
“Wij bedanken John, David, Maarten en Rob voor hun inzet voor FC Utrecht en wensen hen veel succes”, zegt Van Dop. “Ik ben ervan overtuigd, dat ze met hun kwaliteiten en ervaring elders in de voetballerij opnieuw van grote waarde kunnen zijn”, zo besluit Van Dop. |